3. JEZUS WOORDEN

 

3.1 MATTEUS 18: DE KLEINSTE IN HET KONINKRIJK DER HEMELEN

 

Vertelt het Nieuwe Testament ons nog iets over seksueel misbruik? Eerlijk gezegd niet. Seksueel misbruik wordt niet om precies te zijn genoemd. Er zijn ook geen verhalen bekend zoals in het Oude Testament. Maar als je dan Matthëus 18 leest krijg je toch het gevoel dat Jezus het opneemt voor de kinderen. Wat is hier precies aan de hand?

 

De discipelen vragen zich onderling af wie de grootste is in het koninkrijk van God. Het is voor hen geen vraag of ze in het koninkrijk zouden komen, nee daar zijn ze wel van overtuigd. Het ging hun erom wie de eerste plaats had, wie was nou de grootste. Het draaide om de zetelverdeling (1e, 2e, 3e plaats). Als je de voorgaande hoofdstukken leest zie je dat Petrus een grote rol speelt. In hoofdstuk 14-17 staat Petrus zeker zes maal centraal, en zijn medediscipelen begonnen zich waarschijnlijk af te vragen of Petrus de voornaamste leider in het koninkrijk van Jezus zou worden. Wij zouden zeggen: de discipelen zijn het neusje van de zalm in het Godsrijk, daar Jezus de Zoon is van de Koning. Hun vraag was brandend en ze legde die Jezus voor: wie is de grootste in het koninkrijk der hemelen? En dan zweert Jezus, “voorwaar” is een eedformule, als je niet verandert, rechtsomkeert maakt dan zul je koninkrijk niet ingaan. Gaan jullie überhaupt het rijk wel in? Jullie staan allemaal op de verkeerde weg. Je moet rechtsomkeert maken. “Als er geen bekering komt, kunnen ze het laatste plaatje wel vergeten! Berg je vermeende staat van dienst maar op! Ik zweer je: je komt zo niet binnen.” Wat je ontbreekt is: worden als een kind. Dit is een verpletterende boodschap.

 

Wat is dat: worden als een kind?

Uit het Griekse index op Harting woordenboek op het NT  (bible online 2004): staat er in het Grieks het woord paidion, verkleinwoord van pais wat betekent:

een jong kind, een jongetje, een meisje

a) kinderen

b) kleinen

c) een zuigeling

c1) voor een pasgeboren kind

d) voor oudere kinderen, tot ongeveer 7 jaar

e) metaf. kinderen (als kinderen) in het verstand

 

We kunnen zeggen een kind niet ouder dan 8 jaar. Wat is typerend voor een kind? Moet je verlegen worden, schuchter? Maar sommigen kinderen zijn helemaal niet verlegen/schuchter. Gaat het om onschuldigheid? Nee, de Bijbel leert ons dat de kinderen ook in zonde geboren worden. Karakteristiek voor een klein kind is dat het klein is en nog niets kan presteren. Zo’n kind denkt nog magisch, je kunt het alles wijs maken. Ze hebben nog niets verdiend, geen geld verdiend. Alles krijgen zij: eten, drinken, kleren, bed. En als ze van hun zakgeld iets kopen, hebben ze ook dat zakgeld gekregen. Alles wat ze hebben, kregen ze van hun ouders. Het ontvangt, en laten we hier eerlijk in zijn, bij de gratie van de volwassenen. Het is hun gewilligheid om aan te nemen, zonder iets te willen zijn in eigen kracht. In alles zijn ze afhankelijk. Jezus roept de kinderen, die helemaal leven van de geef/genade, tot het koninkrijk. Jezus legde hun de handen op en zegende hen. Dat was geen gebaar van een aardige kindervriend, nee voor hen is het Koninkrijk. Verdiend hebben ze niets, ze ontvangen Zijn rijk. Volwassenen komen alleen maar binnen zonder werken. Als ze worden als de kinderen. We zien hier scherp de zonde van de discipelen, de een had dit gepresteerd, de andere dat. Maar het koninkrijk is een rijk van genade. Wie zich klein weet als een kind, die is groot. Jezus zegt dan “wie zo’n kind ontvangt in mijn Naam, ontvangt Mij…” (Mat. 18:5) Discipel van Jezus is hij die wordt als de kleintjes. Het gaat niet om geweldige successen maar om kinderen/kleintjes. Heb hart voor een kind, besteedt aandacht aan een kind. Hoe gaan wij om met kinderen? Vertellen we ze over de Here Jezus, over God, het geloof en leren wij ze bidden? Of misbruiken we hen seksueel voor onze eigen genoegens en eigen genot. Terwijl onze eerste taak is een luisterend oor voor de kleintjes te hebben. 

 

De zaak is niet dat kinderen moeten worden, moeten gaan geloven en denken als de volwassenen, nee omgekeerd de volwassen moeten gaan geloven als de kinderen. Het zijn “deze kleintjes die in Mij geloven”, die Jezus erkent als de Zijnen. Jezus spreekt vervolgens over de schokkende mogelijkheid dat deze “kleintjes die in Hem geloven” (Mat. 18:6) verleid kunnen worden.

Ik zeg bij voorbaat al dat Jezus hier niet het seksueel misbruik voor ogen staat. We hebben het over een struikelblok. In het Griekse index op Harting woordenboek op het NT Grieks (bible online 2004) staat het woord skandalizo wat betekent:

 

een struikelblok in de weg leggen waarover iemand kan struikelen of vallen, metaf. aanstoot gevenverleiden tot zondigen

maken dat iemand een persoon begint te wantrouwen en te verlaten die hij behoort te vertrouwen en te gehoorzamen

maken dat iemand afvallig wordt

aanstoot aan iemand nemen, d.w.z. iets zien in een ander wat ik  afkeur of mij verhindert zijn gezag te erkennen 

maken dat iemand ongunstig of onrechtvaardig over een ander oordeelt

omdat iemand die struikelt of wiens voet verstrikt raakt, boos wordt maken dat iemand zich aan iets ergert

verontwaardigd maken

geërgerd, verontwaardigd zijn 

 

Wat weer is afgeleid van ‘skandalon ("schandaal") wat betekent volgens de Griekse index op Harting woordenboek op het NT Grieks (bible online 2004):

 

het losse stuk hout dat een val voor dieren openhoudt

 1a) een val, een strik

 1b) iedere hindernis die in de weg gelegd wordt en maakt dat

       iemand struikelt of valt (een struikelblok, oorzaak van

       struikelen), d.w.z. een rotsblok dat de oorzaak van het

       struikelen is

 1c) fig. toegepast op Jezus Christus, wiens persoon en leven zo

       tegengesteld waren aan de verwachtingen van de Joden betref-

       fende de Messias, dat zij Hem verwierpen en door hun hardnek-

       kigheid hun behoud verijdelden

Iedere persoon of ieder ding waardoor iemand tot dwaling of tot zonde gebracht wordt.

 

In het Grieks wordt een werkwoord en zelfstandig naamwoord gebruikt.

Het tot zonde verleiden in Matt. 18:6 is een vertaling van het Griekse werkwoord skandalizoo, de verleiding tot zonde is een skandalon. Daarmee is natuurlijk nog niet alles gezegd, want de vertaling van dit Griekse woord in ons 'schandaal' is wel juist maar niet het enig juiste. Het Griekse woord heeft een bredere betekenis. Dat neemt echter niet weg, dat ook de betekenis van ons 'schandaal' er wel in zit.

Maar nu zijn we er nog niet. Er is in de bijbel een andere tekst die een duidelijke link is tussen dit Griekse woord en zich seksueel misgaan, dat is in Matt. 5:29, waar de Here Jezus het heeft over echtbreken/overspel plegen. En dan zegt Hij: Indien uw rechteroog u tot zonde verleidt = skandalizoo, ruk het uit, enz.

 

Frappant zijn de overeenkomsten tussen Matt. 5 en Matt. 18. In beide gevallen gebruikte de Here Jezus het woord skandalizoo, en ook in beide gevallen gaat het om de structuur: Indien uw...  u tot zonde verleidt, het ware beter...  Dit is een parallellie. Hier staan dezelfde woorden als in Matt. 18. In Matt. 5 staat het tussen de echtbreken/overspel plegen, terwijl het in Matt. 5 gaat over het verleiden van kinderen.

 

Daarmee is natuurlijk nog niet gezegd dat Jezus' gebruik van dit woord zonder meer altijd slaat op seksuele verleidingen en zonden. Daarvoor wordt het woord ook te veel in andere situaties gebruikt. Maar volgens mij kun je wel zeggen dat het óók deze betekenisachtergrond heeft. Dat lijkt me des te sterker het geval, vanwege de parallellie van Matt. 5 en Matt. 18.

 

Maar nu volgt er een dreigend woord. Een ieder die deze kleinen tot zonde verleidt, het zou beter voor hem zijn, dat een molensteen om zijn hals was gehangen en hij verzwolgen was in de diepe zee. Je gedrag mag geen hindernis worden voor het geloven van kinderen. Versper de weg van het geloof niet voor de kinderen. Omdat het koninkrijk voor de kinderen is en voor de volwassen die als een kind willen worden, omdat die kinderen in het centrum van Gods verlossingsplan staan, daarom is het de ergste misdaad om die kleintjes tot zonde te verleiden. Breng de kleintjes niet ten val, op het zondige pad, verleidt ze niet tot zonde en ongeloof, want dan belemmer je hun ingang in het hemelrijk. Wie kinderen op de weg van ongeloof leidt, normloos gedrag propageert, gedrag dat tegen God ingaat, die zou beter de verdrinkingsdood kunnen sterven. Zo’n verdrinkingsdood is nog beter te verkiezen dan Gods oordeel over hem die kleintjes tot ongeloof brengt. Wie kleintjes tot zonde verleidt ontvangt helse verdoemenis. Als vaders kleintjes seksueel misbruiken zijn ze een struikelblok voor kleintjes. Een belemmering in hun beleving.

 

3.2 OOG  - BEGEERTE       HAND - DE DAAD        VOET - GEVOLGEN

 

Wee de wereld om de verleiding tot zonde. Gods lieve kleintjes zullen ten val gebracht worden. De duivel zal uiterste pogingen doen. Wee de mens door wie verleiding komt. Jezus ziet kleintjes struikelen en vallen. En daarom slingert hij het “wee” over de wereld uit. Onze goddeloze wereld is als een wespennest voor kinderen. Velen komen ten val, buigen voor de geldgod, sexgod, hebzucht, zondige begeerte, enz. De wereld is er op uit dat Gods kleintjes niet ingaan in het koninkrijk. En dan zie je die hand van kleintjes die naar zonde grijpt, voeten die op het verkeerde pad gaan, ogen die zonde willen indrinken. Je oog wordt getrokken naar het demonische, hoe verleidelijk het ook is. En Jezus heeft het allemaal voorzien. Hoe liggen die kleintjes Hem aan het hart.

Jezus zegt dan heel radicaal “indien uw oog u tot zonde verleidt ruk het uit”, hetzelfde geldt voor het oog en de voet. We kunnen beter verminkt de hemel ingaan dan met alle lichaamsdelen in de hel zitten.

 

Oog

 

Laten we aannemen dat het hier kan gaan om de betekenis van seksuele verleidingen en zonden. En we kijken dan naar het oog. Onze ogen kunnen gericht zijn op vele dingen. Ik wil het hier beperken tot  het oog dat in begeerte ziet naar het zwakkere. We zagen het al bij Amnon en Tamar. En zo gaat het heel vaak. Met onze ogen zien we dat het gras bij de buren groener is. Onze begeerte begint met de ogen, het zien, het kijken naar, en het daardoor willen hebben van… Ons verlangen zit in het hart. De ogen kunnen een begin zijn van dat verlangen. Zo kan een dader kijken naar een slachtoffer, het aanzien om te begeren. Het met de ogen uitkleden.

 

Hand

 

De hand wordt in overdrachtelijke zin gebruikt om macht en gezag aan te geven. Daarnaast betekent de hand ook bescherming en gunst. Vaak is er spraken van een sterke, hoge, uitgestrekte of lange hand om Gods almacht aan te geven. Omgekeerd duidt een korte hand onvermogen aan en een slappe hand traagheid. Een opgeheven en zware hand staat voor bedreiging en wraak.

 

Zijn leven of zijn ziel in iemands hand stellen, betekent bereid zijn om zijn leven te geven. Zijn handen vullen voor de Heer is zoveel als iets bij de Heer brengen. De hand op de mond leggen is het gebaar van iemand die beschaamd zwijgt of ineens een beter inzicht krijgt en zich bedenkt. Met opgeheven hand zondigen is bewust en roekeloos zondigen. De hand tegen iemand opheffen, is oorlog voeren tegen iemand.

 

In de handen klappen  kan allerlei verschillende betekenissen hebben. Nu eens is het een uitdrukking van vreugde, dan weer van onwil, van verdriet. Het geven van de rechterhand is een onderpand van trouw en een teken van gemeenschap. Het leggen van de hand of de handen op het hoofd is een gebaar van diepe rouw. Van Gods wet niet afwijken "ter rechter- of linkerhand" is zich stipt houden aan de wet. Geen onderscheid weten tussen de rechter- en linkerhand, wordt gezegd van jonge kinderen.

 

Het wassen van de handen is een teken van reiniging. Heilige handen zijn dus gereinigde handen als zinnebeeld van een rein geweten. De handen in onschuld wassen, zoals Pilatus letterlijk deed, is een verklaring dat men niet schuldig is aan een zaak.

 

De hand kunnen we dan ook zien als de daad. Met de handen kunnen wij aaien en wij kunnen ze heffen om te slaan. Met gebalde vuisten kunnen wij iemand in elkaar slaan. Wij kunnen geven en nemen met de handen. Zo wordt er ook in de bijbel gesproken over Gods liefdevolle hand, maar ook Gods slaande hand. Met onze handen kunnen wij vastgrijpen in boosheid maar ook liefdevol omhelzen. Met onze handen zijn wij tot veel dingen in staat. Ook bij het seksuele misbruik van een kind worden handen gebruikt om de broek te laten zaken, om het kind uit te kleden en om tot handelen over te gaan. Zelfs in het woord handelen zit het woord hand.

 

Voet

 

Het woord voet komt voor in allerlei uitdrukkingen en zinnebeeldige handelingen: "de voeten in olie dopen" (Deut. 33:24) is een aanduiding van overvloed en weelde. "De voeten in bloed dopen" duidt op wraak (Ps. 68:24). "De voeten bedekken" (1 Sam. 24:4; Richt. 3:24) betekent zich afzonderen. "Aan iemands voeten zitten" (Luc. 8:35; 10:39; Hand. 22:3) is iemands leerling zijn. "De voet op iemand zetten" (Joz. 10:24; 2 Sam. 22:39; 1 Kon. 5:3; Ps. 8:7; 36:12; Rom. 16:20; 1 Kor. 15:25; 1Co 15.25) betekent hem onderwerpen of beschimpen. De uitdrukking "tot een voetbank der voeten" (Ps. 110:1; Matt. 22:44; Heb. 1:13; 10:13) duidt op onderwerping.

 

Stampen met de voeten was een gebaar van honende vreugde (Ez. 25:6). "Spreken met de voeten" (Spr. 6:13) duidt de rusteloze beweging met de voeten van een onbetrouwbaar persoon aan. Het ontbloten van de voeten was een teken van rouw en droefheid (2 Sam. 15:30; Jes. 20:2; Ez. 24:17). Het wassen van de voeten was een teken van wellevendheid en eerbied (Gen. 18:4; 19:2; Luc. 7:44 etc.). Het stof afschudden van de voeten betekende het beëindigen van de relatie (Matt. 10:14; Marc. 6:11; Luc. 9:5; Hand. 13:51). Dit deden Joden wanneer zij een heidens land verlieten.

 

De voet zien we dan als het gevolg. Wat kunnen we doen met onze voeten?  Eigenlijk maar twee dingen: lopen en schoppen. Liefelijk zijn de voeten van hen die een goede boodschap brengen Rom.10:15. Of Ps 16:11 “Gij maakt mij het pad des levens bekend; overvloed van vreugde is bij uw aangezicht, liefelijkheid is in uw rechterhand, voor eeuwig”. Hier kunnen onze voeten ons leiden op de goede weg.

Maar er is ook een andere kant. Het zwakke vertrappen en vernederen. Lopen in de voetsporen van… En dat kan een brede weg zijn, maar ook de smalle weg. En voor incest slachtoffers zijn het wegen die je geleerd hebben dat je niemand kan vertrouwen. Het misbruikte kind vertrapt, geschopt en vernederd, de voet op je gezet, totale vernedering en onderwerping. 

 

3.3 DE MOLENSTEEN – DE ENGELEN

 

Dan komen we tot slot bij de molensteen. Mat. 18:6 “Maar een ieder, die een dezer kleinen, die in Mij geloven, tot zonde verleidt, het zou beter voor hem zijn, dat een molensteen om zijn hals was gehangen en hij verzwolgen was in de diepte der zee”.

Hier staat nogal niet wat. Het is beter de verdrinkingsdood te kiezen dan God onder ogen te komen. Klare taal. Maar seksueel misbruik van een kind is ook niet niks. Een dader is dan een struikelblok voor een seksueel misbruikt kind.  We spraken al over het Godsbeeld dat een misbruikt kind heeft. Kan een slachtoffer nog onbevangen ontvangen, durft het dat nog, of zit het in angst wat voor prijskaartje er aan hangt? Een dader plaatst zijn slachtoffer naast zich en de relatie ouder/kind is verstoord. Daar waar het kind hoort op te zien naar vader in vertrouwen, heeft de vader het kind naast zich geplaatst om zijn lusten op haar te botvieren. Wat voor relatie heeft het kind met zijn Hemelse Vader? Welk beeld? Kunnen zij er dan nog van spreken dat Vader het goede met hem voor heeft, daar zijn realiteit toch anders was? 

We spraken al over de woorden “Uw wil geschiede”. Het vertrouwen is zo enorm beschadigd, dat de woorden “Uw wil geschiede” kunnen leiden tot het besef dat ze niets waard zijn. Dan heeft de Hemelse Vader ook gewild dat mijn aardse vader mij misbruikte. Jezus hart gaat uit naar de kleintjes, zijn liefdevolle blik. Laat ze ongehinderd tot mij komen, verhindert ze niet. Pas op dat je ze niet veracht, dat je niet gering over ze denkt,  hen minacht of seksueel misbruikt, maar dat je ze een gevoel van veiligheid en geborgenheid geeft.

En hun engelen waken over hen. Iedere gelovige geniet de bescherming van speciale engelen. En de engelen rapporteren aan God in de hemel alles wat die kleintjes wordt aangedaan. Niets ontgaat die engelen. Alles brieven ze door aan de hemelse Vader. Je hebt met kleintjes te maken, met hun engel, met hun God. Engelen bewaken de kleintjes. Duivelen proberen hen bij God vandaan te krijgen, en soms lukt het Satan, als kinderen die seksueel misbruikt zijn God vaarwel zeggen, omdat ze het niet kunnen begrijpen, waarom God het toestond, waarom Hij zweeg. En als je dan hoort dat ze gebeden hebben, misschien wel uitgeschreeuwd, of het mocht op houden. En terwijl ze baden hoorden ze de trap alweer kraken en wisten ze dat vader eraan kwam, nog voor ze “amen” konden zeggen stond vader al in de kamer. Dan is het inderdaad beter dat een molensteen om hun nek werd gehangen en ze verzwolgen zijn in de diepte van de zee.