2. DE GESCHIEDENIS VAN AMNON EN TAMAR

 

 

Er wordt in de bijbel een gebeurtenis verhaald, waar scherp en indringend het probleem van seksueel misbruik aan de orde wordt gesteld. Het is de verkrachting van Tamar door Amnon (2 SamuŽl 13:1-22). Daar staat duidelijke taal. Dat het zo duidelijk bij de naam genoemd wordt wijst er op dat de Here God zelf ons iets te zeggen heeft. Natuurlijk, het is geschreven in een andere tijd, een andere wereld, met andere wetten en gewoonten, en je kunt dan ook niet alles zo overplanten. Toch worden we in deze tekst pijnlijk geraakt door de strategieŽn van seksueel misbruik, de gevolgen en het onvermogen om er mee om te gaan. Misschien ook met de rol van God daarin, maar voor we daar naar vragen moeten we eerst zien wat er precies gebeurt.

 

Het speelt in de tijd van koning David. Kort daarvoor heeft hij overspel gepleegd met Bathseba, en haar man Uria laten doden. List en bedrog, verkrachting en doodslag. En de zonde gaat door. Tot het derde en vierde geslacht. Amnon is ťťn van Davids zoons. Een halfbroer van Absalom en Tamar. Zoals gewoonlijk zijn de namen vol betekenis. Hier is dat een wrange betekenis. 'Amnon' betekent 'betrouwbaar'. 'Absalom' betekent 'vader van vrede' of 'rijk aan vrede'. Tamar tenslotte is een rechtstreekse verwijzing naar die andere Tamar die door Juda misbruikt werd, maar die daarna voor zichzelf op kwam en overwon. Hier is Amnon de onbetrouwbare, Absalom de wreker, en Tamar moet er het zwijgen toe doen. Een afschuwelijke omkering.

De oorzaak ligt bij Amnon. Laat daar geen misverstand over bestaan. Hij valt op Tamar, zijn mooie halfzuster. Hoe diep de liefde gaat kun je betwijfelen als je het vervolg leest. Hij wil haar hebben. In de vertaling lijkt het alsof hij nog gewetensbezwaren heeft: 'zij was een maagd, en het leek hem onmogelijk haar iets aan te doen'. Wat er bedoeld wordt is: zij woonde als maagd in een apart, beschermd huis, en Amnon zag geen mogelijkheden haar te pakken te krijgen. Zijn hele leven draait nog maar om ťťn vraag: hoe? Hij wordt er bijna ziek van. In gesprek met een sluwe vriend ontstaat het web van de dader.

 

Amnons beste vriend, zijn neef Jonadab, was een slimme jongen. Hij wist Amnon zover te krijgen dat hij zijn grootste geheim met hem deelde. Hij was tot over zijn oren verliefd op zijn halfzuster Tamar. Een beeldschoon meisje dat bovendien erg intelligent was. Een echte prinses, want ze was niet alleen de dochter van koning David, maar haar moeder was ook een prinses, zij was de dochter van de koning van Gesur. Zij en haar broer Absalom waren de mooiste mensen die in het paleis van de koning rondliepen. Trots, intelligent en toch beminnelijk. Amnon wist dat hij haar nooit zou krijgen en daarom werd hij ziek van verliefdheid en tegelijk van verdriet.

 

Jonadab gaf Amnon de raad zich ziek te houden en om dan aan zijn vader Ė als die hem zou komen bezoeken Ė vragen of Tamar hem mocht verzorgen. David doorzag niet dat binnen zijn eigen gezin de geest van wellust en hebzucht was binnengedrongen. Hij was zelf gevallen voor de verleiding en had overspel gepleegd met Batseba en bovendien haar man vermoordt. Hij had het kind van hemzelf en Batseba zien sterven. Hij had diep berouw getoond en had Gods vergeving ontvangen. Maar wat hadden zijn kinderen ervan geleerd? Had David er sowieso wel openlijk met hen over gepraat? Of zagen zij hem misschien nog steeds als 'de man die fout ging'? In ieder geval doorzag David niet dat Amnons ogen niet glansden van koorts maar van hartstocht. Amnon kreeg zijn zin. Toen de mooie Tamar zijn slaapkamer binnenkwam, kon hij zich nauwelijks beheersen. Maar eerst stuurde hij al het personeel de deur uit. En toen gebeurde het. Tamar waarschuwde nog en zei: 'nee, broer, doe dat niet, want zoiets doe je niet in IsraŽl: doe toch niet zoiets schandelijks en doms!'

Maar Amnon had zichzelf niet meer in de hand. Het kon hem allemaal niets meer schelen. Hij wilde vrijen met Tamar en zijn lusten bevredigen.

 

Manipulaties

 

Bij het spinnen van dat web zijn list en bedrog al begonnen. Tegen zijn vriend heeft Amnon het over 'Tamar, de zus van Absalom'. Tegen zijn vader heeft hij het over 'mijn zuster'. Zonder aarzeling wordt precies dat gezegd wat in zijn kraam te pas komt. Het zijn geen leugens, maar het is wel een selecteren van de waarheid, een manipuleren en spelen met mensen. Of,† Met dingen. Hij ziet immers Tamar niet meer als mens, maar als object. Speelgoed. Gebruiksartikel, goed om zo weer weg te gooien als je er je lusten op botgevierd hebt.

 

Amnon speelt zijn rol. Hij houdt zich ziek, en kan zo de regels omzeilen. Als hij ziek is mag Tamar wel bij hem komen, en krijgt hij een kans om haar onder vier ogen te ontmoeten. Om die schijnbare vertrouwelijkheid op te voeren worden de bedienden met een list weggestuurd. De vormen verschillen, maar iedere keer zie je weer dat een dader moedwillig een web weeft waarin het slachtoffer gevangen wordt. De daders maken gebruik van het vertrouwen dat kinderen en vaak ook hun ouders hebben. Een aardige man, een lieve vrouw, zo leuk met kinderen. Betrouwbaar, maar dat betekende 'Amnon' ook. Stap voor stap wordt het web dichter geweven tot het slachtoffer geen kant meer op kan.

En dan volgt het seksuele verzoek. Nou ja, verzoek... Dat suggereert dat je weigeren kunt. 'Hij greep haar vast, dwong haar.' Tamar spreekt duidelijke taal. Het is onteren, het is schande, het is dwaasheid. Dat zijn in IsraŽl zeer ernstige woorden. Met deze woorden beroept ze zich op de wet van God, die toch ook voor Amnon belangrijk moet zijn. Het gaat om een breken met de hele wet van God. Het is goddeloos wat Amnon doet. Ze doet ook nog een beroep op Amnons redelijkheid: we worden er allebei slechter van.

Het speelt zich allemaal af binnen de kaders van IsraŽl en de wet en gewoonten van toen. Om de eer te redden stelt ze dan ook voor dat Amnon haar als vrouw vraagt. Dat zou bij ons anders gaan, omdat wij uitgaan van een vrijwillige wederzijdse keuze. Dat was toen anders, en daardoor liepen vrouwen in die tijd toch al meer risico gebruikt en vernederd te worden. Maar ook in onze tijd helpt een beroep op Gods wet of op de redelijkheid vaak weinig. Goddeloosheid en geweld zijn onredelijk, en wanneer een dader zijn seksueel misbruik zo voorbereid en gepland heeft, en een kind of minder machtige volwassene in zijn of haar macht heeft, dan helpt niets meer.

Hij overweldigde haar, onteerde haar, verkrachtte haar. En daarna verstootte hij haar, haatte haar, had een afkeer van haar. Niks geen liefde. Het is geweld. Seksueel misbruik is geen uit de hand gelopen seksualiteit. Het is geweld door middel van seksueel contact. Het gaat om macht, overheersing. De ander gebruiken als ding. Steeds weer dezelfde patronen van machtsmisbruik. Altijd weer het zoeken naar kwetsbare mensen, meisjes en jongens, die onvoldoende bescherming hebben en onder valse voorwendselen in het net worden gelokt.

 

Reacties

 

Ook het vervolg is bekend. Akelig bekend. Tamar, het slachtoffer verscheurt haar pronkgewaad. In rouw en boete, alsof zij schuldig is. In een wereld van leugens en manipulaties wordt alles omgedraaid. Amnon, zogenaamd de betrouwbare, en Tamar die zich schuldig voelt en rouwt om het leven dat haar is afgenomen. Tamar zegt geen woord meer in het verhaal. Ze gaat wonen in het huis van haar broer Absalom, als een eenzame. Teruggetrokken, voorgoed beschadigd. Slachtoffers zwijgen in onterechte schaamte en schuldgevoel.

Amnon niet, die gaat voorlopig vrijuit. Nog steeds een lievelingszoontje van vader David. Want die doet er niets aan. Ja, hij wordt boos, als hij het hoort. Maar verder?

 

Amnon was een verslaafde geworden, die zich niet meer kon beheersen. Misschien was hij wel jaloers geweest op de mooie Absalom, misschien was hij wel bang dat niet hij, maar zijn mooie broer de troonopvolger zou zijn. Of, dat de geruchten inderdaad waar waren dat Salomo straks de nieuwe koning zou worden. Afwijzing en miskenning zijn vaak redenen voor een kind om zich te verliezen in een vorm van verslaving.

 

Met een smoes kreeg hij het voor elkaar dat hij zijn seksuele fantasieŽn kon uitleven op zijn halfzuster Tamar en hij verkrachtte haar. Daarna gebeurde wat bij iedereen gebeurt die een ander mens misbruikt voor eigen genot: hij kreeg grote afkeer van Tamar. "Ja, zijn afkeer was groter dan de liefde waarmee hij haar had liefgehad."

 

Amnon koos voor het goedkope geluk.

 

Hoe zou dat toen gegaan zijn daar in het paleis van David. Ik denk dat het zoiets was: Wat had Amnon in de praktijk geleerd van zijn vader? Als klein jongetje groeide hij op in Hebron. Maar toen hij nog een tiener was, verhuisde de hele koninklijke familie naar Jeruzalem. In het begin was David nog vaak weg om met zijn mannen tegen de vijanden van IsraŽl te vechten. Maar later bleef hij veel vaker thuis. Soms verveelde hij zich en iedereen in het paleis, ook Amnon, herinnerde zich die dag waarop David fout ging met de buurvrouw Batseba. Kort daarna sneuvelde haar man Uria op het slagveld. Het was duidelijk dat David hier achter zat, want de rouwtijd was nog niet voorbij of Batseba werd zijn vrouw. Ze was in verwachting en er werd in het paleis heel wat afgeroddeld. Amnon hoorde ook al die verhalen. Het zou allemaal te maken hebben gehad met een bezoek van de profeet Natan. Hij had gedreigd met de dood van het kindje van David en Batseba als straf op de zonde. Toen het geboren was, stond het hele paleis op zijn kop. David had zich opgesloten en at niet meer. Die toestand duurde een week en toen stierf het kind. Opnieuw zorgde David voor grote verbazing, want hij wilde niets weten van een rouwperiode. Hij waste zich, trok schone kleren aan en ging naar Batseba om haar te troosten. Negen maanden later werd Salomo geboren. 'Vrede' was zijn naam! Onbegrijpelijk voor Amnon en de andere kinderen. Er werd niet gepraat, niets uitgelegd. Je hoorde alleen de 'gekleurde' verhalen uit de harem.

 

 

 

2.1 DE REACTIE VAN VADER DAVID OP HET GEBEUREN EN DE WOEDE

VAN BROER ABSALOM

††††††

Na de zonde van Amnon staat er: "Toen koning David dit alles hoorde, onstak hij zeerĒ.

 

David reageert zoals eens de priester Eli, die zag hoe zijn zoons afdwaalden, zich misdroegen, en er niets aan deed. Zo ook David. Gods wetten overtreden, zijn dochter verkracht, geestelijk zwaar beschadigd, en David doet niks. Na het hele gebeuren met Batseba kon hij ook weinig meer zeggen. Wie zo de toon heeft gezet kan ook zijn kinderen niet meer leren wat goed is.

 

Dus hield ook David Amnon de hand boven het hoofd. Hij was wel kwaad op Amnon, maar zijn boosheid werd nooit concreet in daden omgezet. Het lijkt op liefde, maar het is geen liefde, want er gebeurt geen gerechtigheid. En liefde is gerechtheid. De bijbelse woorden uit 1 CorinthiŽrs 13: "De liefde bedekt alles" worden vaak volkomen verkeerd toegepast onder christenen. Natuurlijk brengt liefde de zondaar niet aan de schandpaal. Er is maar ťťn ding dat de ware liefde bedekt: jouw veroordeling van de zondaar. Ware liefde moet ertoe leiden dat je je ontfermt over de zondaar en hem terugbrengt op de goede weg. Liefde is zeggen waar het op aankomt. Het is niet het verdoezelen en wegpraten van de zonde. Liefde is werkelijke gerechtigheid. Het is liefdeloos als je iemand laat verdrinken. En dat gebeurt maar al te vaak onder het mom van "de liefde bedekt alles".

 

"Absalom sprak echter met Amnon noch ten kwade noch ten goede, maar Absalom haatte Amnon, omdat deze zijn zuster Tamar onteerd had."

Geen gesprek onder vier ogen, geen straf volgens de wet van IsraŽl. David was immers niet alleen koning en vader, maar ook de rechter van IsraŽl. Er staat zelfs niet in de Bijbel dat David iets positiefs voor Tamar deed. Maar intussen groeide de haat bij Absalom en het gevoel van verwerping bij Tamar.

 

Wat dat betreft heb ik in deze geschiedenis meer waardering voor Absalom. In het begin nog niet. Absalom komt ook niet verder dan een goedkope troost en een verkeerd advies. Stil maar. Praat er niet over. Het is je broer. Als het een vreemde was geweest had Absalom onmiddellijk een eerlijke rechtspraak geŽist, en dat zou in die tijd de doodstraf betekend hebben. Maar ja, het is familie. Je hangt de vuile was niet buiten. Dus als Tamar nu haar mond houdt, blijft alles bij het oude. Opnieuw wordt het slachtoffer opgeofferd aan de belangen van anderen. Het belang van de familie. Van de eer.

Wat ik waardeer in Absalom is dat hij wel solidair is met Tamar. Ondanks zijn verkeerde woorden. Hij staat aan haar kant. Hij haat Amnon om wat die Tamar heeft aangedaan. Absalom haat nu zijn halfbroer. Volkomen. Zoals het in Psalm 139 staat: ďZou ik niet haten wie U haten? Ik haat hen met een volkomen haatĒ. Twee jaar later is die haat zo volgroeid, dat Absalom Amnon laat doden. Alleen kan je je nu wel afvragen of Gods haat op de eerste plaats staat of dat het Absaloms haat is die op de eerste plaats komt en dat hij God daarbij gebruikt. Zijn haat was menselijk - voldragen zonden.

†In de loop van de jaren daarna loopt het uit op een totale ondergang van het koningshuis van David. Een huis dat tegen zichzelf verdeeld is kan geen standhouden, zou de Here Jezus later zeggen. En een gezin, een land, een kerk waarin geen recht wordt gedaan, zal ten onder gaan.

Ik mag Absalom wel, ook al kiest hij verkeerde wegen. Absalom is de enige die het - op zijn eigen, onbeholpen manier - nog een beetje voor Tamar opneemt. Verder geldt voor Absalom dat ook voor David geldt: een totaal onvermogen om zorgvuldig om te gaan met seksueel geweld. We weten dat onder de daders vooral mannen, maar ook vrouwen zijn. Vaak vriendelijke, schijnbaar betrouwbare mensen. We weten ook dat het in de kerk even vaak voorkomt als daar buiten. En we zeggen dat het niet goed is. Natuurlijk. Maar daarna?

 

2.2 DE BEDOELING VAN HET VERHAAL

 

En God? Waar is God in dit verhaal? Hij staat niet op de voorgrond. Hij komt zelfs in de bijbeltekst niet voor. Misschien terecht. Want juist voor slachtoffers van seksueel misbruik is de relatie met de Here God vaak zo problematisch, zo verstoord. Laatst las ik in een krant, ik dacht het Nederlands Dagblad, een aangrijpend stuk van ouders van een jongen die door een pastoraal werker jarenlang misbruikt werd. Zij schrijven: 'bidden hielp niet, de dominee kreeg hem steeds weer uit de kleren, en terwijl deze pastor zijn gang ging, probeerde de jongen aan iets anders te denken. Zo raakte hij ervan overtuigd dat God niet bestond.' Als je weet dat het voor slachtoffers zo moeilijk is om nog te vertrouwen, te geloven, moet je God er niet te snel bij halen.

 

Als je Zijn Naam in dit kader wilt noemen, doe het dan als Tamar. Zij is de enige die verwijst naar God, hoe indirect ook. Zij weet dat God dit niet wil. Zij weet dat de Here God een hekel heeft aan mensen die anderen -zijn schepselen- beschadigen, kapot maken. Het zijn demonische krachten, die een wig drijven tussen kinderen van God en hun hemelse Vader. Een goddeloze gruwel. Daarom is de bijbel overal even duidelijk als het gaat over de zorg voor de zwakken, de onderdrukten, de mensen die als Tamar in eenzaamheid lijden omdat ze geen helper hebben. Als je Gods naam er bij wilt halen, doe het dan als de Bevrijder, de Heelmeester, de Heiland. Zoek dan je troost bij de Here Jezus, die net zo gemanipuleerd, gebruikt en gekruisigd werd. In de Here Jezus zien we hoe God zelf het afschuwelijke drama ondergaat, en hoe Hij bij de opstanding het geschonden leven in eer herstelt.