GEDRAGEN

 

Ik zou het allerliefst stil huilen,
wanneer ik hoor van al je leed,
en ondanks mijn gemeende woorden,
beslist geen enkel antwoord weet.
Ik zou je handen willen grijpen,
en zeggen dat God jou wel kent,
dat jij op vleugels wordt gedragen,
en steeds in Zijn gedachten bent.

 

Maar woorden zijn niet z toereikend,
dat al je zorg ineens verdwijnt.
Er is een hogere macht voor nodig,
waardoor de zon je weer beschijnt.

Ik zal mijn handen samendrukken,
en smeken of God wegen geeft,
dat jij, in al je pijn en smarten,
mag zien dat Hij waarachtig leeft!

 

Ik leg jouw zorg wel aan Zijn voeten,
en als jij weent, dan ween ik mee.
In mijn gebed zal ik je dragen,
over de ruwe levenszee.

Wanneer je denkt dat je alleen bent,
is de Vader met Zijn hulp nabij,
en zal Hij troostvol tot jou spreken:
Mijn lieve kind, jij bent van Mij!