Tekstvak:

WIE BEN JIJ ECHT? WAT VERWACHT GOD VAN JOU?

 

Als er aan jou gevraagd zou worden; wat speelt er ten diepste in je hart? Wat zou dan het antwoord zijn? Waar gaat je verlangen naar uit, je begeerte? Als men mij die vraag een aantal maanden geleden had gesteld kon ik daarop geen antwoord geven.

 

Misschien had ik geantwoord; mijn identiteit is in Christus, ik ben waardevol, een geliefd kind van de Vader enzovoorts. En al die dingen kloppen ook. Maar in wezen zijn het dingen die ik mij eigen gemaakt heb. Regels die ik toegepast heb in mijn leven. En braaf volg ik al die regels. Ik lees in mijn bijbel, ik bid, ik verzuim de kerkdiensten niet, ik doe aan Bijbelstudie, doe mee met de aanbidding enzovoorts enzovoorts. Want dat zijn dingen die van mij verlangd worden.

 

Toen ik nog in de gereformeerde kerk vrijgemaakt zat volgde ik braaf de regels die daar golden. Ik volgde de belijdenisgeschriften en de leer van de kerk. Ik sprak na wat de oude kerkvaders, Luther en Calvijn al hadden gezegd. Wat niet verkeerd was. Ik deed een HBO opleiding theologie en ik dacht het allemaal te weten. Ik probeerde God te ontleden in vakjes te stoppen, want op die manier had ik grip, had ik de controle. Ik gaf catechisatie en ondertussen verwerkte ik een incest verleden en kwam daar ook redelijk goed doorheen. En ik moet ook eerlijk bekennen dat het mij eigenwaarde gaf. Eindelijk was ik iets. Ik kon catechisaties geven. Ik was iemand geworden.

 

Tot ik een studie naar de kinderdoop deed en er achterkwam dat God mij riep om mij te laten dopen, wat ik ook deed, ik werd evangelisch en volgde de regels die daar golden. Ik gaf alles op en volgde God. En ik dacht echt dat ik het allemaal goed had, ik wandelde op de juiste weg. Ik ging naar conferenties, ontving bevrijding, las boeken van Benny Hinn, Derek Prince en volgde datgene wat zij zeiden.

 

En ik dacht, dit is wat God van mij vraagt. En ik bad en zong “Heer doorgrond mijn hart, zie of er een heiloze weg is in mij.” Maar ik dacht echt niet dat ik een heiloze weg volgde, en had ook echt niet de overtuiging dat mijn hart mij misleidde. Maar ik was bereid om onder ogen te zien of het inderdaad zo was.

 

Iemand zei eens het is net of ik met elastiek vast zit. Het gaat goed totdat het elastiek je weer terug trekt. Degene die dat zei verwoordde precies hoe ik mij voelde. Hoe mijn leven verliep.

Weet je hoeveel veroordeling ik gehoord heb omdat ik nog steeds rook? De laatste veroordeling die ik hoorde was dat mensen die roken zullen branden in de hel. En dan hoorde ik de wonderlijke verhalen hoe God bij anderen het roken wegnam. Waar ik ook al vaak voor gebeden heb. Ja bij anderen doet God het wel, maar niet bij.

 

Zo ook met mijn angst. Talloze oplossingen heb ik aangehoord, en ik volgde ze allemaal op. maar weg ging het niet.

 

Hoe hard en vaak ik ook bad.

 

Tot het moment dat God mij liet zien wat er echt in mijn hart leefde, wie ik echt ben. Je zou kunnen zeggen dat Hij  mij een spiegel voor hield en wat ik in die spiegel zag was niet zo fraai.

Ik had mijn emoties en gevoelens net zo lang ontleed tot ik er grip op had, om ze daarna weg te stoppen.

 

Ik had mezelf getransformeerd in een persoon waarvan ik dacht dat God die graag ziet.

God leidde mij naar Jeremia 17 “Arglistig is het hart… ; en Genesis 6:5 “Toen de HERE zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was…”; vervolgens lezen we in Genesis 8 “…want het voortbrengsel van des mensen hart is boos van zijn jeugd aan…”

 

Ik dacht ja dat is wel mooi, maar we leven nu in het Nieuwe Testament. Jezus is gekomen en ik ben wedergeboren en heb de Heilige Geest ontvangen dus zo slecht zal het met mij niet zijn. Er staat dat we de begeerte van het vlees moeten kruisigen en dat deed ik dan ook door mijn boosheid te onderdrukken, het egoďsme te onderdrukken, al die dingen waarvan ik weet dat ze niet goed zijn te vervangen door vroom gepraat, in een vroom christelijk jasje.

 

Want dat is nu eenmaal wat we geleerd hebben, dat we in het diepst van ons hart God wel willen volgen, maar dat het ons vaak niet lukt, door de zonde, de duivel, of het vlees. En dat we daar tegen moeten vechten. We leren om onze zonden aan te pakken. We spreken er met elkaar over : dat we moeten binden, dat we moeten proclameren, meer moeten Bijbellezen, meer moeten bidden.

 

We besluiten steeds weer om ons best te doen en we vragen God om kracht om dingen uit de weg te ruimen die tussen Hem en ons in staan, we vragen vergeving en; 'morgen doen we het beter'.

We leren onszelf om gedisciplineerd te zijn in de dingen die God van ons verlangt. Maar het zorgt er wel voor dat we niet echt zijn. We leven allemaal met maskers op, vooral het gelovige masker hebben we ons eigen gemaakt. Om de dingen te onderdrukken en om zo de controle te krijgen.

 

Als we heel eerlijk kijken naar wat er echt in ons leeft zullen we maar zelden ontdekken dat onze diepste drijfveer het dienen van God is.

 

Ik ben de confrontatie aangegaan met mijn diepste wezen. Ik zag de haat en de woede in mezelf en weet je, ik wilde die niet loslaten. Verstandelijk wist ik dat ik het los moest laten, maar ik wilde het niet. Ik wist dat als ik het niet los zou laten, ik op weg was naar de hel en eerlijk gezegd kon het mij niets schelen. Ik haatte God.

 

Ik ben de confrontatie met God aangegaan. Ik heb mijn zwarte ‘ikje’ laten spreken. Ik durf nu te zeggen; ik ben boos op God, nog anders gezegd ik ben woedend op Hem.

Ik ben boos op God. Ik heb als kind gebeden, ontelbare keren gebeden dat de incest mocht stoppen. Maar Hij hoorde niet. En kom niet aan met vroom gepraat waarom God het liet gebeuren, ik heb het allemaal al gehoord, het maakt dat ik alleen maar bozer wordt, en het verdriet groter.

 

Ik voelde me slecht behandeld door Hem, voelde me niet serieus genomen. Maar durven wij die confrontatie aan te gaan? Want God is liefde, Hij is heilig, Hij is almachtig, alwetend en Hij heeft het beste met mij voor. En dat zijn allemaal dingen die waar zijn.

 

Weet je, ik ben woedend op God en ik geloof dat Hij schuldig is en dat ik gelijk heb. Dat Hij zelf nu maar eens langs moet komen. Hij is toch de Almachtige? Hij kon toch voorkomen dat ik seksueel misbruikt werd?  En eigenlijk gaat het nog dieper, ik haat God. Hij is toch zo alwetend? Wat kost het Hem nou voor moeite om met een knip in Zijn vingers mijn problemen op te lossen of ze in ieder geval in het perspectief van Zijn almacht en intimiteit te plaatsen?

 

Mogelijk heb ik ongelijk in mijn ruzie met Hem. Maar dat maakt niet uit. God verdient mijn echte ik te horen. Weet je wat ik ook kan doen? Een hypocriete farizeeër worden. Dan zou ik bijv. kunnen zeggen: “God ik ben wel boos, maar ik kies ervoor om u te geloven en het te vergeten”. Het probleem is echter dat dit niet vanuit mijn hart zal zijn en dan zou ik liegen, want ik ben wel boos, ik ben wel woedend en ik haat Hem wel.

 

Het moment dat ik besloot om mijn zwarte hart te laten spreken de boosheid, woedde en haat te uiten, om te vertellen wat er daadwerkelijk in mijn hart leefde, is het moment geweest dat ik heel veel vrijheid heb gekregen in mijn gefrustreerde gedachten. Eindelijk, eindelijk neem ik Hem serieus.

En het bijzondere is, dat ik nu verander. Hij laat mij zien en geeft diep in mijn hart de overtuiging dat ik God helemaal niet haat, dat Hij betrokken wil zijn bij alles in mijn leven.

Dan zie ik hoe God huilt. En dan ontmoet ik die God op elke bladzijde van de Bijbel.

 

Dan lees ik hoe Adam toen hij in zonde viel, God de schuld gaf. Hoe Job God aanklaagde en Hem ter verantwoording riep. Hij vervloekte zelfs zijn geboortedag (o help hij heeft doodsmachten over zich afgeroepen). Jeremia deed precies hetzelfde, Elia begeerde te sterven, de psalmen en ga zo maar door. Ze stortte allemaal hun zwarte hart voor God uit. En weet je wat zo mooi was bij Job, op het eind getuigde God dat Job recht had gesproken.

 

David een man naar Gods hart zegt wel in psalm 55:16 dood overvalle hen. Met andere woorden, val dood neer. Hij uitte zijn diepste gevoelens naar God. Daarom was hij een man naar Gods hart.

Manipulatie is ook zo’n vies woord. Vandaag de dag hoor je niets anders meer dan; dit is manipulatie en; ik laat mij niet manipuleren. Willen we ten diepste niet God toch manipuleren zodat Hij gaat doen wat wij willen?

 

We zijn in wezen allemaal egoďsten.

 

En zo zit het met heel veel andere zaken. Christenen roepen ja en amen, maar diep in hun hart hebben velen heel andere gedachten. Weet je, we durven niet meer eerlijk te zijn.

Maar bovenal geloof ik dat dit de reden is dat we geen echte diepe verandering zien in ons leven, de kerk en in dit land; farizeeërs krijgen geen opwekking.

 

Het is zo'n opluchting om te kunnen zeggen hoe je werkelijk bent, hoe je werkelijk in elkaar steekt. Het is zo waar, zo echt, zo puur. Zo heerlijk om gewoon jezelf te kunnen zijn. God wil een relatie met ons. Met jou en mij. Onvoorstelbaar, en toch is het waar. God wil een relatie met jou.

Wie ben je echt? Wie ben je diep van binnen?

God is niet geďnteresseerd in jouw buitenkant, Hij wil jou kennen en liefhebben. Niet in jouw christelijke pakje dat je steeds weer aantrekt. Maar in jou, je rauwe, zwarte, diepe ‘ikje’.

Weet je
wat zo leuk is aan Jezus, die wandelde gewoon bij de zondaars naar binnen en ging gezellig eten. Hij vroeg geen berouw, geen 'vragen om vergeving', geen 'bekering', Hij wees niet terecht. Hij had gewoon relatie met hen. En DAT veranderde de mensen. Hij riep in zijn nood ook Waarom God? Hij onderdrukte het niet, maar liet zijn gevoelens en emoties spreken.

Jezus Christus, dezelfde gisteren heden... maar het is wel waar. Jezus is niet veranderd, we hoeven zijn liefde nog steeds niet te verdienen.

En dat, lieve mensen, is een God waar je mee kan leven. Echt leven, door dik en dun. Waarmee je een gesprek van hart tot hart kunt hebben. Rauw, puur, echt.

 

Daar gaat het blijkbaar om. Mezelf uiten, hoe vreemd het ook mag klinken, hoe incorrect mijn beleving ook mag zijn.

 

Durven we die confrontatie met ons hart aan. Het hart dat zo arglistig is en ons zo misleid.

Het hart, de plaats van; vreugde, verdriet, verlangens, inzicht, gedachtes, overleggingen, onze wil, onze plannen, ons geweten, ons voorstellingsvermogen, ons begrip, ons geloof, ons doel.

 

Realiseren we ons wel dat we juist in deze dingen zo heel erg misleid kunnen worden?

 

God schenk mij een nieuw hart en een vaste geest.

meta http-equiv="X-UA-Compatible" content="IE=EmulateIE7"/>