
|
Verhaal van een overlevende Laura hield haar adem in en luisterde naar het kraken van de trap. Haar hart bonsde in haar keel. Ze kroop diep onder de dekens en begroef haar hoofd in het kussen. De deur piepte toen hij werd geopend en Maria kroop verstijfd tegen de muur. Ze voelde hoe de dekens van haar werden weggetrokken en iets zwaars haar dwingend aanraakte en naar zich toetrok. Piep schreeuwde van binnen, maar er klonk geen geluid. Haar oogjes waren stijf dicht en ze voelde een diepe steek in haar buik. Piep kon zich niet bewegen. Als een kleine pop lag ze stil en bevroren op haar rug. Het zware boven haar was verstikkend. Piep hapte naar lucht, maar kon geen adem krijgen. In haar hoofdje werd alles zwart en Piep gleed langzaam weg in het zwarte niets. Maria rilde toen ze alleen en verlaten in haar bed zat. Het bed was nat en vies en tussen haar benen zat bloed. De kamer was donker en het huis was stil. Maria stond op en trok de vieze lakens van het bed. Ze waste zich en deed wat gedaan moest worden. Maria had geen pijn. Maria dacht en voelde niets. Ze kroop diep onder de dekens en probeerde in slaap te vallen. Maria had het koud, maar hoe diep ze ook wegkroop, ze kon niet meer warm worden. Laura werd wakker van de harde bellen van de wekker. Ze gaapt en het kost haar moeite om wakker te worden. Snel maakt ze zich klaar om naar school te gaan en ze rent de deur uit. Stilletjes kijkt Laura uit het raam als ze de uitkomst van haar som niet weet. Haar hoofd staat niet naar sommen vandaag. Alles wat er in komt lijkt er net zo hard weer uit te vliegen vandaag. De juf kijkt en gauw buigt Laura zich weer over haar schrift. Ze bijt op haar potlood en schrijft gauw het antwoord op. Wat het betekende om meervoudig te zijn? Wat is er gebeurd, deze vraag stel ik me vaak. Ik weet niet wat èèn van de andere in de tussenliggende tijd heeft gedaan. Soms weet ik niet meer hoe ik thuis moet komen waar ik woon, hoor altijd stemmen in me hoofd, nooit is het eens stil, en het horen van die stemmen maakt me onzeker, doe het nooit goed, kan het ook niet iedereen naar de zin maken. Die stemmen waarvan ik nu weet dat ze bij andere persoonlijkheden horen vertellen me de waarheid, mijn waarheid? Ik heb er alles aan gedaan om die stemmen tot zwijgen te brengen, maar ze zijn hardnekkig, baby’s krijsen, peuters zeuren aan me hoofd dat ze willen spelen, mannelijke stemmen maken gemene opmerkingen, ze zijn er domweg, kortom een veelstemmige eenzaamheid. Op zoek gaan naar verloren tijd en de angst wat er allemaal gebeurd is in die periode. Het ene been wil links en het andere been wil rechts met als gevolg een smak tegen de grond, te groot voor een fiets waar je normaal gesproken ze mee weg fietst. Bang om in de spiegel te kijken zie allemaal verschillende gezichten, gezichten die niet het mijne zijn, verschillende handschriften. Altijd maar smoezen verzinnen voor de dingen die ik gedaan moet hebben maar die ik me niet kan herinneren, altijd op me hoede het put je op den duur uit. Het gevoel dat de wereld vol gevaar zit een wereld vol herinneringen. Toen ik nog werkte was het naar mijn werk gaan vaak erg moeilijk. Ik lag in bed en was niet in staat om er uit te komen. Mijn lijf leek wel acht maten te groot en te zwaar om te bewegen. Intern hoorde ik wel van alles gebeuren, maar ik deed net, alsof ik het niet hoorde. Als mijn collega’s in die tijd al iets vermoed zouden hebben, hebben zij dit nooit uitgesproken. Ik begon er heel goed in te worden om de gaten in mijn geheugen toch opgevuld te krijgen, ik blufte me er steeds weer doorheen. Sprak in vaagheden van “dat kan ik mij niet meer goed herinneren hoe ging dat of was dat ook al weer” was een hele bekende zin van mij. Hoe mij dat toen gelukt is, is me tot op de dag van vandaag een raadsel. Ik blijf mij ertegen verzetten. Ik heb het vreemde gevoel, dat ik naar mezelf kijk en zie, hoe er woorden uit mijn mond komen, die ik nooit zou gebruiken. |