|
Voor menselijke maat te klein kon ik niet groot, niet groter zijn Ik nam de vlucht voor elk gerucht Ik zag het kwaad in elk gelaat
Wie meelij kreeg en mij verdroeg ontdekte snel mijn "nooit genoeg" Ik leed verlies op elk terrein Ik was te veel door niets te zijn
In alles had ik mij vergist wie over is, wordt niet gemist zodat ik uitgeschud en leeg mijn laatste daad voor ogen kreeg
En onderging in angst en nood Voor menselijke maat te groot.
—-
De vogels zingen een lied vergeet ons toch a.u.b. niet Om de winter te overleven moeten jullie ons mensen iets geven in ieder geval eten, iets van brood anders gaan wij dood
Is het anders gesteld met mensen? Ik wil wat geborgenheid wensen? anders verloopt mijn leven net als de vogels alleen word ik doodgeschoten door kogels van haat, vernedering en afwijzing vertrapt dus kapot gemaakt door een ding.
Dat ene ding had een naam incest, maar dat is geen faam want mijn lied klonk als die van de vogels maar ben gestorven door die kogels Niemand wilde mij geborgenheid geven weggevloeid is mijn leven.
—- |



