|
TWEESPRONG
Staande aan de afgrond glijd je zo langzaam aan af want er is niets dat mij bond zo stond ik recht voor mijn graf
Wankelend op een houten brug voor de dood deins ik niet terug Om door te lopen is moeilijker je wilt niet verder, is verfoeilijker
Achtergelaten in de duisternis is er heel wat, wat ik mis Alleen in je wanhoop niks wat je daar voor koopt
Is er redding nabij? Je voelt je niet echt blij Waar is die uitgestoken hand? die mij redden wil uit dit land Van doodstrijd ben ik moe gestreden en wil ik een ander land betreden.
Misschien ben ik wel onbeleefd maar diep in mij, het beeft nooit is er iets beloofd hamert er in mijn hoofd niets is er dat ik niet heb beleefd er is van alles wat, dat aan mij kleeft niets wat ik kon nemen het heeft mij geheel doen claimen O nee, ik ben niet nijdig ik ben geheel afzijdig diep in mij, de delen, hebben verdriet maar dat doet niet al het andere teniet O help mij? Al vraag je waarmee om in harmonie te komen, ja twee De delen en ik samen zorg toch dat wij ons niet hoeven te schamen Heb toch a.u.b. enig erbarmen wees niet verlegen en omarm me. |


