|
Mijn lichaam begint te trillen, Gedachten overspoelen mij, Ik kan deze last niet tillen, Mijn leven glijdt langzaam aan mij voorbij.
Ik ben nog zo klein, Ik sta onder invloed van verschillende machten, Even wil ik niet meer in deze wereld zijn.
Angst bedwelmt mij, Ik ben nooit geloofd, Deze nachtmerrie gaat niet voorbij. Ik was nog zo klein, Ik was machteloos en ontwetend, Ik wist niet dat het leven zo hard moest zijn, Nu ben ik vastgeketend.
Ik kende geen onderscheid, Ik wist niet dat ik alleen zou staan, Ik geloofde niet in een afscheid.
Telkens overtrokken verwachtingen, Ik wist niet dat mensen zo hard konden zijn, Ik had geen flauw benul van 'deze' dingen.
Mijn kindertijd… Het was een overleven, In een bittere werkelijkheid. |



